Dit boek zou iedereen eigenlijk moeten lezen. Paul Glaser is op een conferentie en een collega van hem vraagt of hij meegaat naar het concentratiekamp Auschwitz. Eigenlijk wil Paul dit niet, omdat hij er niks mee heeft, maar besluit toch maar mee te gaan ook al is het met tegenzin. Hij komt dan een koffer tegen met een label waar de naam Glaser op staat. Hij schrikt hier behoorlijk van en hoopt dat de anderen dit niet hebben opgemerkt. Dit is wel zo het geval en als ze hem er naar vragen praat Paul er gauw overheen. Deze hele gebeurtenis laat Paul niet los en gaat opzoek naar het oorlogsgeheim van zijn familie. Het boek wordt afgewisseld met dagboekstukken en correspondentie van Roosje. Wat Roosje allemaal heeft moeten doorstaan is gruwelijk, zo werkt ze en begeleid ze mensen naar de gaskamers, worden er experimenten op haar gepleegd, heeft ze diverse baantjes en papt ze aan met de Duitsers. Wonderbaarlijk lukt het haar om te overleven en wordt ze bevrijdt. Ze overlijdt in 2000. Dit boek is trouwens ook goed om te vergelijken met het boek: Alles ging aan flarden van Klaartje de Zwarte-Walvisch. Zij schrijft ook haar gruwelijkheden die ze heeft meegemaakt, maar helaas overleefd zij niet, maar de boodschap is duidelijk, ze hebben allebei in een concentratiekamp gezeten en hebben beide geprobeerd er het beste van te maken door toneelstukken op te voeren, te dansen en te zingen en er gewoon voor elkaar te zijn en elkaar proberen te helpen. Lees dus deze boeken.
16. Jan.Jan 16, 2023
Tante Roosjeby Paul GlaserVerbum
